Normale btw ondernemersregeling bij koop en verkoop

Welk btw-tarief geldt bij een verkoop?

Bij "binnenlandse” verkopen geldt in het ene geval het 6%-tarief en in het andere het 21%-tarief. Dit vergt toch wel enige toelichting.

Vanaf 1 juli 2012 is in de Wet opgenomen dat het 6%-tarief alleen nog geldt voor dieren (waaronder paarden) die:

  1. kennelijk bestemd zijn voor menselijke "consumptie”;
  2. kennelijk bestemd zijn voor gebruik in de landbouw;
  3. kennelijk bestemd zijn voor het fokken van onder 1 en 2 vallende dieren.

Deze omschrijving is vaag en kan in de praktijk tot eindeloze discussies leiden tussen koper en verkoper, maar ook met de Belastingdienst. Om dit zoveel mogelijk te voorkomen heeft de Sectorraad Paarden zich bij de Belastingdienst ingezet voor "richtlijnen/handvatten”. Dit overleg heeft geleid tot een aantal standpunten/goedkeuringen van de Belastingdienst. Ondernemers kunnen hierop een beroep doen, maar ook hiervan afwijken indien ze een andere mening zijn toegedaan (dit kan dan uiteraard leiden tot vragen van de Belastingdienst of naheffingen). De meest recente toezeggingen zijn opgenomen in het Besluit van 4 september 2014 (BLBK 2014/123M), posten a.4 . Zie onderstaand:

 Standpunten/goedkeuringen Belastingdienst:

Het 6%-tarief geldt voor:

- slachtpaarden

- dekhengsten/fokmerries uitsluitend bestemd voor de fokkerij

Speciale regeling voor dekhengsten/fokmerries bestemd voor zowel fokkerij als sport/recreatie: splitsing verkoopprijs:

- dekhengsten: 75% belast tegen 6%-tarief, 25% belast tegen 21%-tarief

- fokmerries: 50% belast tegen 6%-tarief, 50% belast tegen 21%-tarief

Dit standpunt van de Belastingdienst betekent dus dat het 21%-tarief geldt voor de verkoop van een paard dat uitsluitend bestemd is voor de sport/recreatie. Hieronder vallen dus in ieder geval alle ruinen (tenzij bestemd voor de slacht).

Voor veulens en andere jonge paarden die nog niet geschikt zijn voor "gebruik”, heerst helaas nog onduidelijkheid over het toepasselijke tarief. Volgens de Belastingdienst geldt voor al deze paarden het 21%-tarief. Het is echter ook zeker verdedigbaar dat het 6%-tarief geldt voor de verkoop van jonge hengsten en merries die worden gekocht/verkocht met het oog om ze (te zijner tijd) in te zetten voor de fokkerij (eventueel gedeeltelijk met een splitsing van de verkoopprijs zoals bij fokmerries en dekhengsten die zowel voor de sport als voor de fokkerij zijn bestemd). De tijd zal moeten leren hoe het "moet”.

Aandachtspunten

De verkoper loopt het risico op een naheffingsaanslag indien hij een te laag btw-tarief in rekening heeft gebracht. Het is voor hem dus van belang om het toekomstig gebruik van het paard voor de fokkerij door de koper te kunnen bewijzen. Dat is vaak lastig. Voor het bewijs kan bijvoorbeeld worden gedacht aan: (fok)gegevens van het paard, stamboekpredicaten of (goed)keuringen, bepaling in een schriftelijke koopovereenkomst of een door de koper ondertekende verklaring over het beoogde gebruik.

Indien de verkoper geen risico wil lopen, zal hij de koper het 21%-tarief in rekening moeten brengen. Bij verkooptransacties tussen btw-ondernemers is dat sowieso vaak verstandig: de koper kan in zijn btw-aangifte de hen in rekening gebrachte btw toch verrekenen. Dan maakt het voor de koper niet uit welk bedrag de verkoper in rekening heeft gebracht. En de verkoper loopt geen risico.

Voor internationale verkopen: zie internationale verkopen.