BTW: Instructie

Inleiding
Het btw-tarief voor instructie/paardrijlessen is afhankelijk van door wie, waar en aan wie de instructie wordt gegeven. Het is dus zaak om goed op te letten, zeker ook bij instructie in het buitenland of aan buitenlanders.

Hoofdregel voor ondernemers
Het 6%-tarief geldt voor door een ondernemer (of zijn personeel) in de eigen (manege) accommodatie gegeven groepslessen of individuele lessen (als gelegenheid geven tot sportbeoefening). Voorwaarde is dat de instructie wordt gegeven in samenhang met het verlenen van het recht om gebruik te maken van de sportaccommodatie van de ondernemer. Hiermee wordt bedoeld de accommodatie die in eigendom is van de instructeur of door hem (tijdelijk) wordt gehuurd of waarop hij anderszins een exclusief (met uitsluiting van anderen) gebruiksrecht heeft. Richtlijn: komt de klant naar de accommodatie van de instructeur, dan geldt het 6%-tarief.
Het 21%-tarief geldt indien de instructie plaatsvindt in andere gevallen, dus buiten de "eigen” accommodatie van de instructeur, bijvoorbeeld bij de klant thuis of op de verenigingsaccommodatie (tenzij de instructeur deze huurt!). Zie ook onderstaand.

Voor instructie in het buitenland of aan buitenlanders: zie laatste onderdeel.

Verenigingen
Indien een vereniging instructie verzorgt voor haar leden, is zij voor de opbrengsten hiervan normaal gesproken vrijgesteld van btw. Dit geldt voor de contributie, maar ook als de leden nog afzonderlijk voor de instructie aan de vereniging moeten betalen. Voorwaarde is wel, dat de vereniging hiermee geen winst beoogt (indien een overschot wordt behaald, maar dit wordt gebruikt voor de hoofdactiviteiten van de club, dan is er geen sprake van het beogen van winst).
In andere gevallen geldt de "normale” hoofdregel, zie bovenstaand, waarbij wellicht nog wel gebruik kan worden gemaakt van de vrijstelling voor fondswerving. Verenigingen en hun instructeurs dienen hun onderlinge verhoudingen goed en helder te regelen.
Een voorbeeld:
Indien de instructie door de vereniging wordt verzorgd en de leden aan de vereniging een vergoeding hiervoor betalen, is de vereniging hierover geen btw verschuldigd (zie bovenstaand). De door de vereniging aangezochte en betaalde instructeur is over zijn vergoeding 21% btw verschuldigd tenzij hij in loondienst bij de vereniging is. Een alternatief is dat de instructeur de verenigingsaccommodatie huurt en zelf het lesgeld van de deelnemers ontvangt. Over het lesgeld is hij dan slechts 6% btw verschuldigd. Maar let behalve op de fiscale consequenties, ook op de financiële en juridische (aansprakelijkheid) consequenties van een en ander.

Sportstichtingen
Volgens de huidige Nederlandse wetgeving geldt voor instructie door sportstichtingen de normale regeling voor ondernemers; zie bovenstaand, 6%-tarief of 21%-tarief.

Het Europese Hof van Justitie heeft echter in 2013 (nr. C-495/12, ECLI:NL:XX:2013:177) beslist dat op grond van de Europese btw-richtlijn niet-winstbeogende organisaties gebruik kunnen/moeten maken van de btw-sportvrijstelling. Ook voor Nederlandse niet-winstbeogende stichtingen zou dit dan gelden en opent dit mogelijkheden. Of dit ook daadwerkelijk het geval is, is in de praktijk nog niet geheel duidelijk. Overigens is een btw-vrijstelling niet altijd voordelig, omdat dan geen recht bestaat op aftrek van voorbelasting.

Buitenlandse situaties
Er zijn verschillende situaties denkbaar, waarin wel of geen Nederlandse btw verschuldigd is; dus het is oppassen geblazen. Zie onderstaand overzicht. Uitgaande van instructie door een in Nederland gevestigde instructeur/ondernemer aan een:

1.klant die ondernemer of rechtspersoon is en woont of is gevestigd in ander EU-land (met een juist btw-identificatienummer): geen Nederlandse btw, maar heffing is "verlegd” naar buitenlandse afnemer (op factuur vermelden "btw verlegd” en in btw-aangifte vermelden en Opgaaf ICP indienen), ook al geschiedt de instructie in Nederland;

2.klant die ondernemer of rechtspersoon is en woont of is gevestigd buiten de EU: geen Nederlandse btw, geen verlegging van btw, niet op factuur of in btw-aangifte vermelden, geen Opgaaf ICP, (wellicht in woonland van klant wel btw verschuldigd);

3.klant die niet-ondernemer/particulier is en woont binnen of buiten de EU:

o instructie in Nederland: Nederlandse btw (6% of 21%) in rekening brengen;

o instructie in ander EU-land: geen Nederlandse btw , maar btw van dat andere EU-land in rekening brengen en ook in dat land aangifte doen en betalen;

o instructie in land buiten EU: geen Nederlandse btw, maar handelen naar regels van het niet-EU-land;

In buitenlandse situaties is het dus verre van eenvoudig. Het is vaak niet eenvoudig om vast te stellen waar iemand woont of gevestigd is; dat kan ook zelfs tegelijkertijd in meerdere landen zijn. Als bijvoorbeeld een in Nederland gevestigde ondernemer regelmatig vanuit een buitenlandse locatie instructie geeft, kan die locatie beschouwd worden als een "vaste inrichting” van dat land en is de ondernemer (ook) in dat land gevestigd en (ook) onderworpen aan de btw-regels van dat land. Indien een in Nederland gevestigde instructeur in Nederland instructie geeft aan een "buitenlandse" professionele ruiter die regelmatig of voor langere tijd (ook) in Nederland verblijft, kan het best zo zijn dat deze ruiter geacht moet worden (ook) in Nederland gevestigd te zijn. Gevolg is dan, dat de Nederlandse instructeur toch Nederlandse btw in rekening moet brengen.